Laatste levensmaanden in België nog te vaak in ziekenhuis

25-01-2016

Dutch text only

In vergelijking met andere landen is de zorg voor kankerpatiënten tijdens de laatste levensmaanden in België sterk ziekenhuis-georiënteerd. Professor Joachim Cohen van de Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB en UGent: “Het aantal opnames op de intensieve zorg en het gebruik van chemotherapie in de laatste levensmaand zou ook in het belang van de patiënt omlaag moeten.”

Niet alleen sterven Belgen vaker in een ziekenhuis, ze worden in de laatste maanden voor hun overlijden ook vaker opgenomen in het ziekenhuis en hebben een langer verblijf in het ziekenhuis. In vergelijking met andere landen zoals Nederland en de Verenigde Staten zijn de cijfers beduidend hoger. Nochtans is het de wens van de meeste mensen om thuis verzorgd te worden aan het levenseinde. Dat blijkt uit een studie van professor Joachim Cohen van de Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB en UGent, in samenwerking met een internationaal consortium van onderzoekers die is verschenen in het zeer gerenommeerde vaktijdschrift Journal of the American Medical Association (JAMA).

In België sterft 52% van de mensen met kanker in een ziekenhuis (de palliatieve eenheid werd hier niet bijgeteld). Enkel in Canada is dit nog hoger. In Nederland (29%) en de Verenigde Staten van Amerika (22%) is dit percentage beduidend lager. Het aantal dagen dat men verblijft in een ziekenhuis tijdens de laatste levensmaand is het hoogst in België: gemiddeld 11 dagen, wat beduidend meer is dan in de andere landen waar dat aantal tussen 5 en 7 ligt. Enkel in de Verenigde Staten van Amerika werden mensen in de laatste levensmaand vaker opgenomen op een dienst intensieve zorgen dan in België. België neemt ook de koppositie in het aandeel dat in de laatste levensmaand nog chemotherapie krijgt: 16%, vergeleken met bijvoorbeeld 15% in Nederland, 13% in Duitsland, en maar 6% in Noorwegen.

De kosten gerelateerd aan de zorg in het ziekenhuis zijn in België anderzijds eerder gemiddeld. De kosten liggen beduidend lager dan in Canada, Noorwegen of de Verenigde Staten.

Professor Cohen: “We wisten al dat er in België, in vergelijking met andere landen, vaak in het ziekenhuis wordt gestorven. Deze studie toont aan dat ook in de maanden voorafgaand aan het overlijden in België de zorg vaak in het ziekenhuis wordt verstrekt in plaats van bijvoorbeeld thuis of in een woonzorgcentrum.”

De verklaring van de verschillen tussen de landen is minder duidelijk en heeft wellicht ook culturele oorzaken, maar heeft volgens professor Cohen ook te maken met keuzes die in het verleden in het gezondheidszorgbeleid zijn gemaakt over de organisatie van de levenseindezorg: “In de Verenigde Staten zijn heel duidelijke keuzes gemaakt om de levenseindezorg meer thuis te verstrekken met als gevolg dat er een duidelijk lager gebruik is van het ziekenhuis in de laatste levensmaanden en –dagen”. Daarnaast speelt de kostprijs wellicht ook een rol. De relatief lage kostprijs voor een dag zorg in het ziekenhuis is mogelijks een van de redenen waarom het ziekenhuis vaker als optie voor levenseindezorg wordt overwogen.

De studie toont aan dat de zorg in de laatste levensmaanden in België nog vatbaar is voor veel verbetering. Veel mensen wensen thuis verzorgd te worden aan het levenseinde en het relatief hoge gebruik van het ziekenhuis in die zorg staat niet in verhouding tot die wens. Het aantal opnames op de intensieve zorg en het gebruik van chemotherapie in de laatste levensmaand zou ook omlaag moeten.

Het internationale consortium waarvan Cohen deel uitmaakt gebruikte terugbetalingsgegevens van de gezondheidsverzekering uit zeven landen: België, Canada, Duitsland, Engeland, Nederland, Noorwegen, en de Verenigde Staten. Aan de hand van die gegevens kan het volledige gebruik van formele zorg (alle zorg die volledig of gedeeltelijk terugbetaald wordt door de ziekteverzekering) in de laatste maanden voor het overlijden worden gereconstrueerd en kunnen de kosten daarvan worden geschat. Voor België gaat het om gemiddelde cijfers voor alle overlijdens met kanker van 2010, bekomen via het InterMutualistisch Agentschap (IMA)1. Dit agentschap verzamelt alle data van de verschillende ziekenfondsen ten behoeve van specifieke studies over de gezondheidszorg.

 

Bekelman JE, et al. Comparison of Site of Death, Resource Utilization and Hospital Expenditures For Patients Dying With Cancer in 7 Developed Countries. JAMA, 2016, 315(3): 272-283.

 

Over het IMA

Het InterMutualistisch Agentschap (IMA) verzamelt en analyseert de gegevens van de zeven Belgische ziekenfondsen. Dit kan op eigen initiatief of op vraag van haar wettelijke partners, zoals het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, de FOD Sociale Zekerheid en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Het IMA voert ook onderzoeksprojecten uit in samenwerking met en/of in opdracht van andere federale overheidsinstellingen, Gewesten en Gemeenschappen en in samenwerking met universiteiten.

 
Share this
Deel dit bericht