Universiteiten pleiten op congres voor meer en snellere palliatieve zorg om levenskwaliteit van patiënten te verhogen

29-01-2015

Dutch text only

Palliatieve zorg moet vroeger in het ziekteverloop van mensen worden aangeboden, niet alleen als de ziekte niet meer te genezen is of als het overlijden op korte termijn wordt verwacht. Ook moeten meer patiënten palliatieve begeleiding krijgen dan nu het geval is. Dat zijn enkele beleidsaanbevelingen die de VUB, KUL, en de UGent hebben geformuleerd om de kwaliteit van palliatieve zorg en levenseindezorg in Vlaanderen te verbeteren. De aanbevelingen werden gebundeld in het boek ‘Palliatieve zorg, meer dan stervensbegeleiding’ dat vandaag en morgen, 29 en 30 januari 2015, wordt voorgesteld op het congres ‘Hoe de palliatieve zorg verbeteren in Vlaanderen?’.

Professor Luc Deliens, voorzitter van de VUB-UGent onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde en coördinator van het FLIECE project: “Vlaanderen – en bij uitbreiding België – kent een goed uitgebouwd systeem van gespecialiseerde diensten voor palliatieve zorg en levenseindezorg. Toch toont het FLIECE-onderzoek dat er nog veel ruimte is voor verbetering: er vallen nog te veel patiënten met een pal­liatieve zorgnood uit de boot. Bovendien komt de vergrijzing op ons af: daardoor zullen nóg meer mensen nood hebben aan palliatieve zorg en zullen de bestaande diensten nóg meer onder druk komen te staan.

Palliatieve zorg in Vlaanderen: too little too late

Slechts 56% van de mensen met kanker wordt doorverwezen naar gespecialiseerde zorg. Dit is nog minder bij andere levensverkortende aandoeningen zoals bijvoorbeeld orgaanfalen (21%) en dementie (36%). Bovendien gebeurt die doorverwijzing meestal pas zeer laat, namelijk een paar weken voor overlijden. Ter vergelijking, in de Verenigde Staten wordt palliatieve zorg enkele maanden voor het overlijden opgestart. Ook in andere zorgomgevingen is meer aandacht nodig voor het tijdig opstarten van palliatieve zorg. Voor slechts 57% van de bewoners die overlijden in een woonzorgcentrum bijvoorbeeld wordt een palliatief dossier opgestart en dit gebeurt in de meeste gevallen ook enkel dicht bij overlijden.

Uit de vele interviews en enquêtes die gebeurd zijn in het kader van het FLIECE onderzoek blijkt dat palliatieve zorgnoden echter vaak al vanaf de diagnose van de levensverkortende aandoening aanwezig zijn, dus wanneer de persoon nog maanden of jaren te leven heeft. Het gaat daarbij om fysische, praktische, psychologische, sociale, financiële en existentiële behoeften, maar vaak ook om een gebrek aan informatie en communicatie. Deze noden worden niet altijd tijdig of soms zelfs helemaal nooit opge­merkt. Daardoor blijven patiënten gedurende lange tijd onderbe­handeld voor deze problemen, wat nefast is voor de levenskwaliteit.

Palliatieve zorg nog te vaak bekeken als louter ‘stervensbegeleiding’

Professor Deliens: “Eén van de redenen van het te weinig en te laat inzetten van palliatieve zorg is dat sommige huisartsen en andere zorgverleners palliatieve zorg nog altijd gelijk stellen aan terminale zorg. Ze beseffen nog te weinig dat het om een veel bredere benadering van zorg gaat. Uit een vragenlijststudie in Vlaanderen over de medische beslis­singen aan het levenseinde, blijkt dat gespecialiseerde palliatieve zorg vaak niet werd opgestart omdat de arts het zelf niet nuttig achtte: de arts gaf dit als reden op voor 32 % van de patiënten met een levensverkortende aandoening die niet werden doorverwezen. Artsen denken nog te vaak dat gespecialiseerde palliatieve zorg niet kan samengaan met behandelingen die gericht zijn op genezing of levensverlenging. Ook wordt palliatieve zorg vaak gezien als zorg die alleen voor kankerpatiënten is bestemd.”

Oproep aan ministers Vandeurzen en De Block

De onderzoekers overhandigen vrijdag 30 januari het boek aan Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen tijdens het congres en roepen hem en federaal minister van Sociale Zaken Maggie De Block op om een Staten-Generaal voor Palliatieve zorg te organiseren. Professor Deliens: “Het is belangrijk om alle betrokkenen binnen en buiten de zorgsector rond de tafel te brengen om de toekomst van de palliatieve zorg in ons land gezamenlijk uit te tekenen en de zorg voor patiënten te verbeteren. Ook sociale organisaties en werkgevers moeten daarbij betrokken worden, want palliatieve zorg raakt niet alleen de betrokken patiënten, maar ook vele familieleden rondom hen.”

Boek ‘Palliatieve zorg, meer dan stervensbegeleiding’

Het boek, met resultaten en beleidsaanbevelingen, is gebaseerd op een grootschalig vier jaar durend interuniversitair onderzoeksproject FLIECE (Flanders study to Improve End-of-life Care and Evaluation tools, 2011-2015) dat gefinancierd werd door het Vlaams Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). Het boek is te vinden bij Uitgeverij Lannoo Campus België.

 
Share this
Deel dit bericht