Drempels en faciliterende factoren voor huisartsen bij het ter sprake brengen van voorafgaande zorgplanning. Een systematisch literatuuronderzoek.

Date: 
01-01-2015

Authors: Aline De Vleminck, Dirk Houttekier, Koen Pardon, Reginald Deschepper, Chantal Van Audenhove, Robert Vander Stichele, Luc Deliens

Source: 
Nederlands-Vlaams Tijdschrift voor Palliatieve Zorg 14(1). p.13-29

Introductie

Een belangrijk aspect van kwaliteitsvolle en patiëntgerichte levenseindezorg is de mate waarin de zorg overeenstemt met de wensen van de patiënt. Dit veronderstelt dat de wensen en voorkeuren van patiënten m.b.t. hun levenseindezorg gekend zijn alvorens ze wilsonbekwaam worden om zelf hun voorkeuren te uiten en beslissingen te nemen.

Voorafgaande zorgplanning (VZP) kan daartoe een belangrijke bijdrage leveren. VZP is een proces dat mensen de mogelijkheid biedt om, in overleg met hun naasten en verzorgers, op voorhand doelstellingen en keuzes te formuleren in verband met de manier waarop zij willen dat er voor hun wordt gezorgd wanneer zij niet langer in staat zullen zijn om voor zichzelf in te staan. Dit communicatieproces kan uitmonden in een aantal beslissingen die schriftelijk kunnen worden vastegelgd. In een positieve wilsverklaring kunnen patiënten toestemmen in een medische tussenkomst of een uitdrukkelijk verzoek doen tot medische tussenkomst (bv. een voorafgaand verzoek tot euthanasie). Positieve wilsverklaringen zijn juridisch niet afdwingbaar. In een negatieve wilsverklaring kunnen patiënten preciseren welke behandelingen en onderzoeken ze al dan niet nog wensen, wanneer ze zelf niet meer in staat zijn te oordelen. Een negatieve wilsverklaring is juridisch wel afdwingbaar. Daarnaast kunnen patiënten in België die lijden aan een ernstige en ongeneeslijke aandoening en om euthanasie vragen ook een schriftelijk actueel verzoek tot euthanasie opstellen. Tenslotte kan ook een wettelijke vertegenwoordiger worden aangeduid, die erover waakt dat de wensen van de patiënt nageleefd worden.

De voordelen van VZP zijn uitgebreid beschreven en worden door zorgverleners van verschillende disciplines erkend. VZP bevordert de doorverwijzing naar palliatieve zorg, stimuleert communicatie tussen patiënten, hun naasten en zorgverleners en leidt tot een grotere tevredenheid over de zorg bij patiënt en nabestaanden. Een sleutelfiguur in het VZP-proces is de huisarts: hij kent zijn patiëntenmeestal goed en heeft met hen vaak een vertrouwensband. Toch blijkt uit (inter)nationale studies dat dergelijke gesprekken niet zo frequent worden aangegaan, wat erop wijst dat huisartsen bepaalde remmingen ervaren om over VZP te spreken. De SentiMelc studie rapporteerde in 2007 over 1072 niet-plotse sterfgevallen uit België en Nederland. Voor een derde van de patiënten was een of andere VZP besproken met de huisarts in verband met het stopzetten of niet opstarten van mogelijke levensverlengende behandelingen of over het uitvoeren van medische behandelingen in de laatste levensfase van de patiënt. Slechts in een minderheid van de gevallen (8%) gaf de huisarts aan weet te hebben van een gedocumenteerde wilsverklaring. Hoewel uit onderzoek blijkt dat zowel patiënten als artsen achter de idee van VZP staan, tonen deze resultaten aan dat bepaalde belemmerende factoren nog steeds de overhand hebben.

Het doel van deze systematische literatuurstudie is om na te gaan welke die drempels en faciliterende factoren zijn voor huisartsen bij het ter sprake brengen van VZP. Dit werd voorheen nog niet bestudeerd, hoewel inzicht in deze factoren belangrijk is voor de ontwikkeling van interventies en/of opleidingen gericht op het bevorderen van VZP in de huisartsenpraktijk.

 
Share this
Deel dit bericht